Niue, de rots van Polynesi=?ISO-8859-1?Q?=EB?=.

De laatste mijlen glijden snel onder ons door. De wind trekt behoorlijk aan en we varen in een echt Nederlands weertje, met grijze luchten en buien. We zijn precies op tijd binnen zaterdag. Als we ons op de marifoon melden krijgen we van Niue Radio te horen dat de Customs meneer over 20 minuten op de warf staat, met nog ruim een mijl te gaan en ook nog afmeren best krap. Agogo een Zwitsers jacht waarmee we zijn vertrokken vanuit Palmerston zijn er al en helpen ons met de ankerboei en nemen John in hun dinghy mee naar de kant. We zijn ingeklaard en mogen aan land komen, maandag kunnen we de rest van de formaliteiten afhandelen. We liggen in de baai van Alofi , de hoofdstad van het staatje Nuie. We hebben Frans Polynesië nu echt achter ons gelaten. Hier spreken de mensen allemaal Engels en is het gericht op Nieuw Zeeland. Geen stokbroden meer, maar lekkere witte zachte broden!

Niue is een Maketea, een omhoog geduwd stuk koraal. Het hoogste punt is 68 meter en gemiddeld is het eiland ongeveer 30 meter hoog. Geen groene dramatische rosten die we gewend waren van de vulkanische eilanden en geen atol met witte strandjes, maar steile rosten met grotten, spleten en inhammen grenzend aan het rif.

We verkennen het eiland eerst lopend, het is zondag (rustdag) en dus echt uitgestorven. Maar als maandag alle papieren zijn geregeld en John in het bezit is van een kleurrijk Niue rijbewijs huren we voor de volgende dag een auto. Een rondweg, met om de zoveel honderdmeter 'Sea Tracks'. Korte wandelingen die van de weg naar de zee leiden. Klinkt heel gewoon, maar dat is het echt niet. Het is echt machtig mooi. We rijden van Sea Track naar Sea Track in onze Toyota Duet en gaan van grotten naar zoetwaterpoelen (waar we je de scheiding tussen het zout en zoet water ziet), naar rots bogen, smalle ravijnen en zien prachtige vergezichten. We wandelen, zwemmen en klimmen heel wat af. Eind van de dag ploffen we moe maar voldaan neer in zoals ze het zelf noemen "The biggest little Yacht club in the world", waar we andere zeilers tegenkomen en afspreken om de volgende dag te gaan duiken.

Één van de andere jachten heeft deze duik gemaakt met de duikschool en weet waar we moeten zijn. Florian, Romano, Luana en John gaan op zoek naar de grot. Na even zoeken is de ingang gevonden en komen ze midden in een grot boven. Het enige licht is dat van de duiklampen en het doet heel mysterieus aan om daar in het water te liggen in een donkere grot. Na een paar minuten van deze zeer bijzondere plek genoten te hebben is het tijd om terug te keren. Het is prachtig, langzaam het licht tegemoet zwemmen en de zon op het koraal zien schijnen. Zigzaggend tussen smallen doorgangen en spelonken door komen ze na bijna een uur duiken verkleumd door de kou terug bij de bijboot. Er waren veel zeeslangen, deze soort kom alleen in Niue voor. Gelukkig doen ze niks en zijn er hier geen gevallen bekend dat ze mensen aangevallen hebben, maar in de wetenschap dat ze giftig zijn is het toch niet helemaal relax duiken met zoveel van die slingerende beesten. Terugvarend naar de boot is iedereen erg enthousiast, de grot en ook de slangen maken het tot een onvergetelijke duik.

We houden het weerbericht in de gaten, er wordt veel wind voor zondag voorspeld. We besluiten de beschutting van Vava'u, Tonga op te gaan zoeken. Maar eerst moet er dan nog uitgeklaard worden. Vele papieren worden ingevuld, gebouwen bezocht en dollars betaald. En dan mag Luuk voor de laatste keer de bijboot in het water laten zakken. Je dinghy moet je er hier uittakelen met een hijskraan met bedieningsconsole en met een trolley parkeren, droog op de warf. Het werkt goed en wat vinden Nick en Luuk dit te gek!

Op naar Tonga! Het blijft apart als je in het logboek noteert "Reis van Nuie naar Tonga", dat zijn van die momenten dat je even beseft dat we echt een eind onderweg zijn……

Palmerston Island, parel in de Pacific.

Zijn het de walvissen, het helderste water ooit, de vriendelijke en trotse mensen, de schildpadden of de hagelwitte stranden met haar palmen die deze zo plek zo onbeschrijfelijk mooi maken?

Het was Kaptitein Cook die het in 1774 onbewoonde atol ontdekte en het vernoemde naar "Lord of the British Admirality" Palmerston, als eerbewijs. In 1863 was het de Engelsman William Marsters met z'n vier Maori vrouwen (lucky fellow!), uit het 500 mijl verderop gelegen atol Penhryn, die neerstreken op Palmerston Island.

Alle 68 bewoners hebben dan ook allemaal dezelfde achternaam, Marsters. Momenteel wonen er nog 9 families op het eiland, vele families hebben Palmerston verlaten en zijn terecht gekomen in Raratonga, één van de andere Cook Islands of Nieuw Zeeland, maar toch beschouwen ze Palmerston Island als hun 'thuis'.

We zijn opgevangen door Bob Marstens (6de generatie) en hij regelt dat de autoriteiten aan boord komen en binnen 10 minuten zijn alle papieren geregeld, zijn we ingeklaard en mogen we aan land. Bob haalt ons op en legt uit dat hij ons altijd wil ophalen en brengen, ook laat hij zien waar we op moeten letten als we door de smalle onbetonde pas met onze dinghy de lagune in willen varen. We maken kennis met zijn vrouw en kinderen en we krijgen een rondleiding over het eiland. Het is paradijselijk mooi en alles is keurig aan kant en goed verzorgd. Het is ongekend hoe gastvrij de mensen hier zijn, dat hebben we nog nergens zo meegemaakt. De bewoners zijn trots op hun eiland en op hun bestaan en zolang we er zijn beschouwen ze ons als hun gast en daar moeten en willen ze voor zorgen. Een in het leven geroepen traditie van hun voorvader William Masters.

Aangekomen bij de Palmerston Lucky School ontmoeten we Rose uit Engeland, een van de leerkrachten. Haar vader heeft zijn schip op het rif zien stranden toen hij in de vijftiger jaren hier was. Samen met de eiland bewoners hebben ze maanden aan de reparaties van zijn schip gewerkt, zodat hij negen maanden later weer kon vertrekken. Rose wilde graag het as van haar inmiddels overleden vader hier uitstrooien en toen er en vacature aan de Palmerston Lucky School kwam hoefde ze geen twee keer na te denken. Het is een goed verzorgd schooltje met een nieuwe speeltuin. Trampolines, schommels, klimrekken, niks ontbreekt er. De 30 kinderen maken gebruik van een Nieuw Zeelands 'Home school' pakket en werken veel zelfstandig, niet thuis maar gezamenlijk op school.

Slechts twee of als ze geluk hebben drie keer per jaar komt hier een bevoorradingsschip en die neemt dan ook de gevangen vis mee, wat hier de enige bron van inkomsten is. Palmerston heeft dan ook het hoogste percentage vriezers per bewoner ter wereld. Als ze het eiland willen verlaten is de enige mogelijkheid dan ook om op één van die boten mee te varen of om aan een passerend zeiljacht te vragen of ze mee mogen varen naar Nieuw Zeeland. Veel zeiljachten komen hier overigens ook niet wij waren het 26e jacht dat dit jaar het eiland bezocht.

Ook op deze ver afgelegen plaatsen in de wereld gaan alle ontwikkelingen toch ook langzaam door, momenteel is er 1 televisie met schotel op het eiland en die staat centraal in het dorp, zodat men daar s 'avonds gezamenlijk naar kan kijken. s 'Morgens en s 'avonds van 6 tot 12 draait de generator en is er stroom. Sinds enkele weken is er een zendmast geplaatst en is hier ook bereik met GSM's. Velen lopen dan ook met een nieuw toestel en zijn alle functies als sms etc. rijkelijk aan het uitproberen. Deze ontwikkelingen doen je toch afvragen hoe het er hier over 10 jaar uit zal zien. Wie weet mogen we hier ooit nog eens terug komen, het eiland en vooral de bewoners hebben ons hart gestolen.

's Avonds in de boot horen we de walvissen heel duidelijk en de volgende ochtend zwemmen er drie op nog geen 50 meter achter de boot langs. Met z'n vieren en ik met m'n handen in het brooddeeg, kijken we naar dit spektakel.

De laatste dag gaan John, NIck & Luuk met Bob mee vissen, hij haalt ze op en ze gaan gewapend met een klein bootje het rif op. Over het rif staat ongeveer een halve meter water en zodra Bob papegaai vissen ziet dan zet hij het net dat wel 100 meter lang is uit. En dan met een grote boog om de vis heen waden, om ze zo in het net te jagen. Het is een succesvolle manier van vissen en binnen een goed uur hebben ze een kruiwagen vol met verse papegaai vissen. We concluderen dat hij zo wel weer een week of twee eten heeft, maar het blijkt slechts genoeg voor twee dagen. Ze eten vis bij het ontbijt, bij de lunch en bij het diner. Ze nodigen regelmatig de bezoekende yachties uit om te komen eten en dan is een kruiwagen vis inderdaad zo op, maar geen nood er zit hier vis zat verzekerd hij ons. Na het vissen moeten we weer komen eten en dan is het tijd om uit te klaren en afscheid te nemen van deze geweldige mensen. We geven ze nog wat laatste cadeautjes en als we gedag gezegd hebben heeft Nick zelfs tranen in z'n ogen, ik wil hier nog een paar dagen blijven zegt hij en is het er helemaal niet mee eens dat we verder gaan. Het afscheid nemen en steeds weer verder moeten dat valt niet altijd mee en zeker als het dan zo leuk is went dat nooit.

Het is onmogelijk om te zeggen wat nou de mooiste of leukste plek is waar we tot nog toe geweest zijn want dat hangt af van meerdere factoren af maar Palmerston staat toch zeker wel in onze top drie.

Ondertussen hebben we bijna 160 mijl met de genaker op gezeild en zijn we onderweg naar Niue. Als de wind niet verder inzakt hopen we zaterdag aan het einde van de middag aan te komen.

Groet vanaf 18°31,20 Z – 166°12,30 W,

Debby

Van Maupiti naar Palmerston, Cook Islands.

Zoals wel vaker de eerste nacht op zee is het even ritme zoeken en kan ik de slaap niet erg vatten. Onder de ochtend als ik dan net wacht heb, dan is het vervolgens vechten om de ogen open te houden. Zo midden op de oceaan los ik dat dan meestal op door de eierwekker op 10 minuten te zetten en op de bank of in de kuip nog wat te slapen. Na tien minuten kijk ik dan snel of alles goed gaat en zet de wekker dan weer opnieuw. Na een keer of 5 gedaan te hebben is de slaap meestal wel over, voeg daar nog een flinke kop koffie aan toe en dan zijn we weer klaar voor de nieuwe dag.

Rond een uur of zeven na een paar van die hazen slaapjes zie ik een paar grote vogels voor de boot vliegen en dat belooft vaak vis, dus al koffie morsend zet ik snel de hengel uit en jawel nog voor de koffie op is zit er een grote vis aan de lijn. Snel de zeilen naar beneden, door het gerommel aan dek en verandering van de bewegingen van de boot komen Debby en de jongens ook aan dek en kan de strijd met de vis beginnen. We zien hem een paar keer springen en het blijkt een hele grote Mahi Mahi te zijn, als we deze binnen weten te halen hebben we voor deze oversteek in ieder geval eten genoeg. Na een minuut of veertig sparren hebben we hem achter de boot en met een soepele beweging met de haak (dit keer zowaar in één keer raak) trekken we de vis de kuip in en trakteren hem op een schuit alcohol in z'n kieuwen en klap op z'n kop en een mes door een hoofdader, zodat de stress eruit bloed, waardoor hij nog lekkerder smaakt. Hij blijkt 151 cm lang te zijn en dat is dus een nieuwe record! De hengels worden opgeborgen en de fileermessen komen tevoorschijn, wij eten de rest van deze oversteek Mahi Mahi met vooraf tonijn, want die hebben we nog van gister.

Luuk is al helemaal zenuwachtig voor de aankomst, Palmerston is één van de Cook Islands en dat heeft hij al gauw omgedoopt tot "koekjes eilanden". Ik probeer hem uit te leggen dat hij zich daar niet te veel bij voor moet stellen en dat het een eiland is net als vele anderen maar volgens hem lijkt het eiland op een koekje en eten ze er ook heel veel koekjes, hoe praat je dat uit z'n hoofd? Ik denk dat we er het beste maar een pakje koek tegenaan kunnen gooien bij aankomst. De vierde dag gaan de hengels weer uit, we hebben geen vriezer aan boord dus langer dan 3 dagen kunnen we niet met gevangen vis doen, wat dan nog over is voeren we aan de haaien. Net als ik wakker word komt Luuk helemaal enthousiast m'n hut in rennen, pap we hebben weer een grote vis aan de lijn HELP! We houden er goed de variatie het is een tonijn en zo hebben we ook voor de komende twee dagen weer vis. Ongelofelijk dat we maanden niks vangen en nu de ene grote na de andere.

De oversteek is afgezien van de visvangst er één om maar snel te vergeten. De wind varieerde van 2 tot 37 knopen en daarbij ook nog een graad of 120 van richting. We hebben zo een beetje alle mogelijke zeilvoeringen gehad. De dagen dat we weinig wind hadden liep er een vervelende deining die vanaf de zijkant binnen kwam rollen en het leven aan boord ronduit oncomfortabel maakte. s 'Nachts geen streepje maan en dus aarde donker en de laatste 200 mijl voeren we dwars door een koufront met bijbehorende windstoten en regen. Om een lang frustrerend verhaal kort te maken, we zijn er na een rommelige 635 mijl wel even klaar mee.

Bij het aanlopen naar de ankerplaats zien we walvissen springen en dat doet de wat vervelende overtocht weer snel vergeten, wat een pracht zo een atol midden in de oceaan. Ankeren is hier zo goed als onmogelijk, er is een heel klein strookje ondiep water met koraal langs het rif, 100 meter vanaf het rif is het meteen ongelofelijk diep. We worden keurig opgevangen door een local die ons aan een moring helpt. Tijd voor aankomst bier en een pak koekjes!

Groet,

John