Boomerang in Indonesië, nu in Ziltmagazine!

Boomerang in Indonesië, nu in Zilt Magazine. Klik op de afbeelding voor de laatste gratis online uitgave van Zilt Magazine.

Boomerang in Indonesië, nu in Zilt Magazine. Klik op de afbeelding voor de laatste gratis online uitgave van Zilt Magazine.

We laten Bali en Lombok achter ons. Terima kasih Indonesia! Africa here we come!

De maan is net onder gegaan en de nacht is weer donker. Duizenden sterren, die steeds helderder worden, zorgen voor een prachtig decor. Zowel aan stuurboord als aan bakboord zie ik vissers en schuin achter ons vaart een (nog onbekend) zeilschip. We zijn alweer ruim 200 mijl onderweg naar Christmas Island en nu begint de stroom langzaam minder tegen te lopen. Donderdag 15 augustus zijn we vertrokken uit Bali samen met de zeilboten Frida, Melinda en Verde. Nog 375 mijl te gaan tot 'Flying Fish Cove', Christmas Island.

De afgelopen weken is er veel gebeurd en hebben we veel gedaan. Te veel om allemaal nog te vertellen. De grap is dat als je niks beleefd je alle tijd hebt om te typen, maar als je veel mee maakt er te weinig tijd is om het op de blog te zetten. Ik zal toch een samenvatting proberen te geven over onze tijd in Lombok en Bali.

Als we Sumbawa achter ons laten en niet veel later de zon langzaam zakt is het uitzicht tijdens het zeilen spectaculair. We zien Lombok met haar 3726 meter hoge 'heilige' vulkaan 'Rinjani' boven de felgekleurde wolkendeken uitsteken. We zeilen een nacht door tussen honderden vissers met knipperende lichtjes en na een prachtige zonsopkomst komen we 's ochtends aan bij Gili Air. Ik voorop de punt en John achter het roer en zo zoeken we de weg tussen de koraalplaten en draaien we onze Boomerang de beschutte lagoon in. Boten met toeristen schieten door de lagoon en we beseffen ons dat we de voorbije maand het Indonesië gezien hebben waar bijna geen toeristen komen. Vanaf nu, in Lombok en Bali, zal dat anders zijn. Gili Air is leuk, toeristisch maar heeft toch iets authentieks. Geen auto's, geen politie, geen verharde wegen. Alles wordt met traditionele bootjes gebracht en met pony en wagen over het eiland verdeeld.

We vermaken ons hier prima. Zonnen, zwemmen, fietsen, snorkelen, duiken, chillen…. Ja we hangen hier ook maar eens flink de toerist uit! Samen met de 'Seaquest' en later met de' Duchess' hebben we hier een heerlijke tijd.

We varen verder naar Sengigi. Een toeristen plaatsje in één van de baaien van Lombok met witte stranden, palmbomen en vele traditionele vissersbootjes. We verkennen het eiland en rijden langs de prachtige kust verder de vulkaan op. Het landschap wordt steeds groener en ruiger. We zien aapjes, rijstvelden, tabak- en koffie plantages, dorpjes en helaas veel vuil langs de kant van de weg….. We stoppen bij de Pura Lingsal. Het oudste tempel complex in Lombok uit 1714, waar het Hindoe en Islam geloof hier samen komen. We krijgen een rondleiding en uitleg over het complex en zien een aantal ceremonies. Offers worden geplaats, heilige stenen van de vulkaan Rinjani geëerd, het heilige water stroomt de bassins in en door een muntje in het heilige water te gooien mogen we een wens doen. We rijden verder naar een pottenbakkerij en via het drukke Mataran rijden we terug naar het relaxte Sengigi.

John gaat 's avonds nog opstap, opzoek naar wat vertier, maar het is ook hier nog steeds Ramadan. Geen live muziek en uitbundige feesten. Uiteindelijk komt hij een stel Nederlanders tegen en één blijkt een goede vriend te zijn van onze buurjongen Peter. De volgende avond praten we op het strand nog even gezellig na. Als we de bemanning van de Seaquest vinden bij het zwembad in het Sheraton hotel ontmoeten ook Anwar & Sheran. John had Sheran al ontmoet bij Pink Beach, Komodo toen hij opzoek was naar een charterboot die onze duikflessen kon vullen.

Het is 5 augustus en Huib Jan is Jarig. Bij het eerste daglicht gaan we ankerop en hijsen we de zeilen en zetten koers richting Benoa, Bali en laten Lombok (veel te snel) achter ons. Het is net nieuwe maan geweest en dit zorgt ervoor de stroming in de 'Lombok Strait' hard is. Gelukkig hebben we de stroom mee en vliegen we door het water tussen honderden traditionele kleine vissersbootjes met fel gekleurde zeilen een machtig gezicht! Als we bijna bij Bali zijn en de boot klaar willen maken voor de aanloop van Benoa Harbour zien we een walvis! Zo dicht bij de kant, tussen de riffen! De Seaquest vaart achter ons en een walvis er tussen. Deze tocht zal ik niet snel meer vergeten;)

We varen langs de tonnen en zo tussen de riffen door. Het is hier een gekkenhuis! Alle soorten watersport die je met een boot kan doen zie je hier! Regels zijn er kenbaar niet, alles vaart kriskras door elkaar en lijnen van pararasailors komen wel erg dichtbij, niet relaxt! 's Avonds vieren we in een restaurantje in Sanur, Huib Jans verjaardag, samen met de Luna Verde en hun dochter Nina, schoonzoon Sander en kleinkinderen, erg gezellig weer.

Terwijl ik dit aan het typen ben komt Luuk uit z'n bedje. Hij kruipt bij me opschoot en vraagt of we samen even sterretjes kunnen gaan kijken….. tot zo….Nadat we alle speciale sterren hebben aangewezen en even naar de 'Baba'ster hebben gezwaaid ligt Luuk weer voldaan terug in z'n bedje. Waar waren we gebleven?

We hebben weer een aardig to-do lijstje en John begint direct maar aan de smerigste. Hij geeft de motor een grote beurt en vervangt de brandstof opvoerpomp. We brengen heel luxe de was weg en maken de boot weer eens grondig schoon. Aan het einde van de middag komen Rian, Inge, Niels, Daan, Naïma en onze oude duik instructeur Jan aan boord. Erg leuk om hun hier in Bali te ontmoeten. Ze komen net terug van hun vakantie op een 'live onboard' boot bij de Komodo eilanden en zijn nog 2 dagen in Bali, voordat ze weer terug gaan naar Nederland. We hebben een gezellige sundowner in de kuip van onze Boomerang en Daan speelt op John's gitaar, geweldig! Nooit gedacht dat er zo'n geluid uit kon komen. John besluit de gitaar aan Daan te geven en zich volledig op z'n laatste muzikale 'uitdaging' te gaan concentreren, mondharmonica en drum, dit lijkt haalbaarder ;).

We merken al snel dat Bali anders is. Het 'Hello mister, hello mister' wat op straat vaak naar ons geroepen wordt, verandert in 'cheap, cheap' als we door de straten van Kuta lopen. Wat een drukte hier! We zijn gericht opzoek naar een aantal zaken die we hier willen aanschaffen voordat we de Indische oceaan opgaan. We gaan naar Denpasar de hoofdstad, maar vinden niet wat we zoeken. We maken een deal met de taxichauffeur voor deze middag en morgen de hele dag. Aan het einde van de dag stoppen we bij de Carrefour. Vol verwachting lopen we de grote supermarkt binnen, opzoek naar alle 'speciale' Carrefour dingen die we kennen uit België, Frankrijk, Spanje, Frans Polynesië en Nieuw Caledonië. We vinden geen van de 'speciale' Carrefour dingen, maar wel hagelslag, dit maakt een hoop goed!

Putu, onze taxichauffeur haalt ons 's morgens op. We rijden eerst naar de kleermaker om onze spullen op te halen, maar morgen is de Ramadan afgelopen en vandaag en morgen is hij dicht. We rijden landinwaarts en stoppen bij een dans-show en volgen een file auto's (met toeristen) richting Ubud het artistieke hart van Bali. Het valt op dat de Balinezen een ondernemend volkje is. Het ene dorp maakt aardewerk beelden, het volgende dorp maakt alles van Bamboe en het volgende dorp is druk bezig met houtsnijwerk. We stoppen bij een hindoe tempel, waar het ook weer erg druk is. Veel lokale mensen zijn hier naartoe gekomen om hun hoofd te wassen met het heilige water, wat we uit de bron omhoog zien borrelen, speciaal. We rijden verder en hoe hoger we de vulkaan op rijden hoe meer er wordt verbouwd. We stoppen langs de weg en kopen 2 kilo mandarijnen, vers geplukt. Dan rijden we in een optocht op de rand van de vulkaan en hebben uitzicht het Batur meer. We leggen Putu uit dat we niet van deze 'toeristische optochten' houden en vragen hem door te rijden. We lunchen prachtig, rustig aan terrassen van rijstvelden, zoals je die kent van de aardrijkskunde boeken en reisgidsen. In werkelijkheid wordt ieder brak stukje land voorzien van rijst…..

Bali is mooi, maar druk, te vol naar onze mening. We besluiten ons op de boot te richten en de voorbereidingen af te maken en niet meer met een auto het eiland te gaan verkennen. Over 146 kilometer deden we negen uur! Het is lastig om het echte Bali te zien, maar als je goed kijkt tussen alle billboards door zien we toch heel speciale dingen. Gewoon door op straat te lopen en te kijken. We zien een traditionele begrafenis, vinden een werkplaats waar ze een draaibank hebben en ze in één dag een kopie van de prop van de sleepgenerator maken. We zien hoe ze boten en netten maken. De offertjes die worden geplaatst, de ceremonies in de vele tempels, de vriendelijke mensen…..

En dan is het alweer 12 augustus. Mijn verjaardag is goed gevierd. John, Nick, Luuk, Maren en Linde hadden mij voor het ontbijt al bedolven onder cadeautjes. In Sanur hebben we heerlijk gelucht en rond sundown zat onze kuip en salon vol, gezellig vol! John had geregeld dat het restaurant van de haven zorgde voor Nasi goreng en saté. Het was erg gezellig, ik ben super verwend en het voelt goed om 36 te zijn.

John doet nog wat klusjes. Nick en Luuk spelen met hun vriendinnen van de Seaquest en ik vul ieder leeg gaatje in de boot op met proviand. John gaat met de 'captains' van de andere boten uitklaren en dan zijn we klaar voor vertrek! Een raar idee; 'op naar Afrika'. Het leek altijd zover weg en nu beginnen we aan de oversteek van 5000 mijl!

Op 8/17/2013 8:32 PM (utc) was onze positie 09°50.39'S 109°02.01'E

Sumbawa, de ruige, groene, pure en onontdekte parel van Indonesië.

Traditionele botenbouw - SangeangEen van de mooie aspecten van het reizen per boot is dat je op plekken komt, waar je op een andere manier eigenlijk niet of erg moeilijk kunt komen. Plekken die vaak nog heel puur zijn. Sumbawa is z’n Indonesisch eiland , groen, ruig en puur. Klaar om door ons ontdekt te worden.

Altijd hebben we ons huis bij ons en na een dag op de wal, met zoveel verschillende ‘intense’ indrukken is het zo fijn om terug te keren naar huis, onze Boomerang, een klein stukje drijvend Nederland. Schoon, stil en georganiseerd. Alleen de luide kreten van de Imam bereiken ons soms nog.

Sangeang -SumbawaIn een dagtocht zeilen we met een bakstag windje naar het dorpje Sangeang tegenover het vulkaaneilandje Sangeang, waar de bevolking van dit dorpje tot 25 jaar geleden nog woonde. We ankeren naast de Luna Verde en Seaquest en gaan met z’n alleen naar de kant. Al generaties lang worden door de inwoners traditionele Indonesische boten gebouwd en er komt geen ijzeren nagel aan te pas, alles is van hout. Op het zwarte strand staan er een aantal in de steigers. Geweldig om te zien hoe hier in ‘alle rust’ wordt gewerkt. We lopen verder het eenvoudige dorpje in, gevolgd door een zwerm kinderen. Het lijkt de optocht van Sinterklaas wel.

Overal lopen, geiten en kippen, maar voor de rest is het ‘ongewoon’ gestructureerd. Na de laatste uitbarsting van de Ganung Api op het eiland Sangeang, werd de hele bevolking geëvacueerd naar het vaste land. Iedereen kreeg een rechthoekig stukje grond toegewezen en zo zien we nu dus overal bijna identieke huisjes (op palen) met tuinhekjes staan, uit eind de jaren ’80.

Snoep uitdelen

Onder vele huisjes zitten vrouwen te weven, wordt er gekookt, geslapen en zitten kindjes te spelen.

John koopt met Huib Jan wat snoep om uit te delen aan de kinderen. Nick loop met een pot vol snoepbalen naar buiten. Alle kinderen bespringen hem. Hij houdt de pot goed vast, maar laat het uitdelen liever maar aan papa over:).

We lopen terug naar het strand en slepen de bootjes het water in, geholpen door vele handen. Als we weg varen staat voor ons gevoel het halve dorpje op het strand ons uit te zwaaien! Wat een unieke plek.

’s Nachts wordt ik ruw gewekt door de Iman. Hij schalt naar mijn idee moord en brand door de luidsprekers van de Moskee. Het is nog steeds Ramadhan…….

Dek poetsen bij zonsopkomst

Het is nog donker als we ankerop gaan. We hijsen de zeilen en gaan direct met een sopje op het dek aan de slag. Ondertussen komt langzaam de zon achter Ganung Api op. We gaan samen met een fles Riwax aan de slag. Eerst een laagje polish en later een nog een RS10 bescherm laagje, ‘wax in, wax out’. De laatste keer dat we dit hebben gedaan was in Musket Cove, Fiji, 8 maanden geleden, hoogste tijd dus om dit weer eens te doen. We zeilen langs de gigantische vulkaan ‘Gunung Tambora’ die 200 jaar geleden  explodeerde . Het dak vloog  er letterlijk af! De vulkaan was toen ruim 4200 meter hoog  en nu is ze nog ‘maar’ 2850 meter. En zo komen we net voor zonsondergang met een blinkende boot aan bij het plaatsje Kananga, tegenover Pulau Satonda.

KanangaWe ankeren in het zwarte vulkaan zand in 9 meter, varen richting de kant en trekken de ketting strak. We houden nog 3 meter onder de kiel over. We laten de boot ‘om’ waaien en dan hebben we 30 meter onder de kiel. We liggen op een ‘dorp-off’. We zetten ankeralarm en zien dan Maren in een kano met een aantal Indonesische  jongens aan komen varen om haar vriendje te verwelkomen! Nick stapt onwennig in, maar als snel hebben ze veel plezier. Thijs en Wilma zorgen voor ons. Een koud aankomstbiertje staat al klaar en langzaam zien we de zon achter Pulau Satonda zakken.

’s Nachts horen we ankerketting ratelen. Als John  buiten gaat kijken, ziet hij de Luna Verde ankeren. John springt in het bijbootje en schiet te hulp. Ze waren van hun anker afgeslagen en langzaam naar Pulau Satonda gedreven, oeps.

Pulau SatondaPulau Satonda is een klein vulkanisch eilandje met een krater gevuld met zoutwater. Het meer ligt 10 meter boven zeeniveau, een raar fenomeen. We vinden een plekje en ankeren in 25 meter, lagerwal, met harde wind. Niet echt ontspannen. Gelukkig neemt de wind later af. We snorkelen achter de boot en zien een mooie koraaltuin. De Seaquest en Luna Verde zien we later weg varen als we de vulkaan beklimmen, gaaf gezicht. Het zweet druppelt van ons af, het is warm en het is best een pittige klim (op slippers). We worden beloont. Het uitzicht op het zoutwater meer is waanzinnig. We komen veel vlinders tegen en er woont ook nog een hele apenkolonie. De jongens spelen nog even op het strand en wij praten nog met wat mensen die werken op dit eiland en genieten van het uitzicht. We gaan ankerop, opzoek naar een beschutte ankerplek voor de nacht. We varen naar Brenti, net om de hoek bij Kananga. Een mooie beschutte baai, met perfecte ankergrond!
Pulau Satonda

Brenti - Sumbawa

We hebben nog wat kleding en spullen, die we graag in Indonesië willen weggeven. Brenti is een klein dorpje en lijkt ons een ‘veilige’ plek om dit te doen. Niet te veel mensen en voor iedereen wat. Op het strand wordt hard gewerkt aan een paar boten, een soort catamarans. We vinden niemand die Engels spreekt, ons Bahasa is nog niet echt om over naar huis te schrijven, maar met handen en voeten hebben we een mooi contact. De één een cake blik, de ander kinderkleding en voor de ander een mooie 12v ventilator ……. ‘Terima kasih, terima kasih’, zijn de woorden die we terug ontvangen en dankjewel betekenen! We krijgen een kreeft een glimlach en vele handen worden geschud. Zij blij wij blij!

P1040110We gaan ankerop en laten dit speciale dorpje achter ons. We rollen de genua uit en zeilen hoog aan de wind richting Pulau Moyo. Niet veel later zien we op de AIS ‘Duchess’, ze komen achter ons aan! We zoeken een ankerplekje net om de hoek van het vaste land, maar vinden geen geschikte plek. Ankeren in Indonesië is vaak lastig. Of het is er heel diep of er ligt een rif. We varen verder naar Sumbawa Besar. Mooi beschut tussen vele vissers laten we ons anker vallen. Leo en Karin komen voor een sundowner bij ons aan boord. Het blijft heel speciaal deze ontmoetingen. Je hebt dezelfde passie en ook problemen, genoeg gesprekstof dus! Ze varen dit jaar ook naar Zuid Afrika en dan door naar Europa.

Tankstation - SumbawaDe volgende ochtend komt Leo aanvragen, Subert hun Indonesische bemanningslid heeft geregeld dat er diesel en benzine voor een goede prijs, € 0,58 voor een liter diesel en € 0,65 voor een liter benzine, wordt gebracht. We legen onze jerrycans en de dieseltank en hebben er zes leeg. 120 liter hebben we verbruikt sinds Darwin. John gaat met de Jerrycans naar de kant. In een roestige drum zit de diesel. Met een plastic schep worden de jerrycans gevuld, maar eerst nog door een pantykousje en een filter. In Nederland is dit klusje in 15 minuten geregeld, hier is hij bijna een dagtaak;). We eten in de stad, de verse voorraden op de Boomerang moeten nodig aangevuld worden.

Markt SumbawaWe gaan met een Bemo naar de stad en worden afgezet bij een soort supermarkt. Met een karretje vol ga ik naar de kassa en reken  €60 euro af. We krijgen twee bonnetjes en ze helpen me om dit te lezen. Ik zie aan de vrouw dat ze opgewonden is. We hebben een prijs! Ze gebaard me dat ik even moet wachten en dan komt ze aanlopen met een grote knal roze wasmand! Geweldig. Ik neem hem ‘blij’ in ontvangst en schenk hem daarna aan haar. Termima kasih, terima kasih, ze is er erg blij mee en door al het winkelpersoneel worden we glimlachend uitgezwaaid. Een bijzonder volk die Indonesiërs! We lopen nog een rondje door de stad, vinden stof om de vlaggen voor  Mauritius, Zuid Afrika en Brazilië te maken. Daarna nog even naar de markt en dan nog wat Bir Bintang kopen. Met een vol bijbootje komen we weer aan bij onze Boomerang, klaar om het volgende eiland van Indonesië te gaan ontdekken. Lombok, here we come!

 

Zeilen, snorkelen en duiken tussen de Komodo eilanden in Indonesië, één groot feest!

Komodo eiland

Het is zo leuk hier. Zoveel indrukken. Het blijft zo bijzonder dat Indonesië drie dagen varen van Australië ligt en dat de verschillen zo groot zijn! De mensen, de gewoontes, natuur, cultuur…..en ga zo maar door.  Ik probeer de blog berichten niet te lang te maken, maar de laatste tijd lukt dat niet zo goed. Ook het besef dat we over een jaar al bijna thuis zijn, begint me steeds bewuster te maken.We moeten genieten nu! Maar lastig om dit gevoel en al onze belevenissen te verwoorden.

Maar waar waren we gebleven…… Na en rustige nacht bij Teluk Ginggo gaan we ankerop. De harde wind blijft over de bergen de baai ‘in vallen’. We hebben even genoeg wind gehad. We zwaaien de Lady of the Lowlands uit en zeilen met uitschieters boven de 30 knopen wind, naar Low Buaya, aan de andere kant van Rinca.  We ankeren mooi beschut en gaan naar de kant. Hier is een Ranger station en we willen graag een wandeling over het eiland maken. De ontvangst door kleine aapjes is geweldig! Het is vier uur en het Station gaat al dicht. We praten en drinken nog wat met enkele rangers, die hier in het kamp wonen.

RincaDe volgende ochtend om zeven uur gaan we met  Rino onze ranger op zoek naar ‘Komodo dragons’, kinkt toch leuker dan Komodo varanen. We zien er direct een aantal bij de huizen van de Rangers, wat een indrukwekkende beesten! Nick en Luuk zijn onder de indruk en blijven netjes bij de Ranger, die een stok in z’n hand heeft.  We zien wilde zwijnen, jonge  Komodo’s, die nog in bomen leven, zodat ze niet door volwassenen worden opgegeten en na vele verse ‘vlaaien’ zien we in de rivierbedding een Water Buffalo liggen . Het is een mooie wandeling. Het geeft altijd een extra dimensie om door een landschap te lopen, in plaats van er allen maar langs te varen. Later zien we nog meer Water Buffelo’s, maar de Komodo dragons hebben zich helaas goed verstopt.Rindja - Loh Buaya

We zeilen door naar Labuhan Bajo, West Flores en vinden een mooie plek net buiten het dorp voor  het Atlantis restaurant, een traditioneel Indonesisch zeilschip, maar dan op het droge.
Later komt de Lady of the Lowlands ook aanvaren en ’s avonds zien we een prachtige zonsondergang vanaf het leuke terras.

Boodschappen doen - Labuhan Bajo

We gaan de volgende ochtend met de ‘shuttle’ van het restaurant naar het stadje. We vinden wat verse groente een reserve schroef voor de sleepgenerator en laten een stukje van de huik opnieuw doorstikken. De ferry welke we vorige week bij het eiland Seba zagen is vandaag hier aangekomen. Het is weer een drukte van jewelste en het blijft leuk om naar te kijken hoeveel mensen en spullen er in en op één busjes kunnen. John gaat met de mountainbike op pad en ik blijf met de kids bij het restaurant. We genieten van het zwembad en in de schaduw en wind doen we nog een beetje schoolwerk. Dit is echt genieten! Wat een luxe! Als de zon haar kracht verliest ploffen we neer in de zitzakken bij Altantis, een koude Bintang en weer een prachtige zonsondergang. Henk en Rietje hebben vandaag hun vrienden Jaap en Wilma opgehaald. Ze sluiten zich bij ons aan en we hebben een erg gezellige avond.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

We zeilen weer een stukje verder, op zoek naar een plekje waar we mooi kunnen snorkelen. Uit eindelijk vinden we een mooi rif bij Kanawa Island. We gaan het water in en driften met dinghy over het koraal richting het eiland. Heel veel verschillende soorten koraal, super zicht en heel veel vis, mooi.

Het resort op Kanawa Island is basic, maar erg leuk. We bestellen Nasi Goreng en eten het op de boot op. De volgende dag zeilen verder nar Pink Beach, Komodo Island. Ook hier stroomt het weer knetter hard. We vinden een mooi plekje en zien ons anker op het zand vallen in 12 meter diep water, dit blijft gaaf!

Niet veel later komen de Seaquest, Luna Verde en de Lady of the Lowlands ook de baai in varen. Met vier Nederlandse boten liggen we hier in Indonesië, Pink Beach, bij Komodo eiland op een rij geankerd, bizar.  Sinds we in Indonesië zijn hebben we in Kupang nog één Franse zeilboot gezien en voor de rest alleen maar Nederlandse boten!

Pink BeachPink Beach zou ‘roze’ moeten zijn. Veel mensen zijn er lyrisch over…  Nou het is geen wit zand, ook niet goud geel, maar wit met een heel klein zweempje zalmroze. Het snorkelen daarentegen is wel heel speciaal. Wat gaaf zeg. Veel vis, groot en klein en heel veel diverse soorten koraal en hier wel veel roze een rood koraal. Een Manta rog komt ook nog even met ons spelen op de weg terug naar de boot, magisch.

Schroef schoon makenWe kopen van een visser vier kreeften en nodigen de overige boten uit voor een sundowner, met kreeft. Jaap en Henk weten er wel raad mee. Jannet komt met heerlijke cocktailsaus. De mond harmonica komt te voorschijn en onze nieuw gekochte trommel, kortom weer een gezellige avond;)

Met ruim 5000 mijl voor de boeg (Durban Zuid Afrika) wordt het ook tijd dat we onze Boomerang weer eens vertroetelen. We sponzen de antifouling af en John laat de schroef weer blinken! Nu nog het dek en de romp…

Donkere wolken hangen boven Flores. We ankeren tegenover het Komodo resort op Sabayor Besar. Met de dinghy gaan we op zoek naar een snorkel plek. De plek die aangegeven staat op de kaart is niet erg bijzonder, we raken verwend… We varen een stukje terug en springen allemaal in het water en houden de lijn van de bijboot vast en zo driften we al snorkelend de hoek om terug richting de boot. We soppen de boot in en een tropische regenbui doet de rest. We vangen heel wat water op via de goten die we aan de bimini hebben gehangen. Het Komodo resort ziet er erg leuk uit, maar een echte aanrader is het niet.

P1030715We zeilen weer verder richting de laatste ankerplaats, GIlilawa Darat,  die we aandoen in dit gebied. Als we het eiland Gililawa Laut ronden zien we dat de Luna Verde en e Seaquest hier ook zijn, maar er ligt nog een zeilboot. En ja hoor nog een Nederlander! We maken kennis met Leo en Karin van  “Duchess” en spreken af later met Leo te gaan duiken. Het is weer een ontzettend mooi plekje.  We gaan duiken in een pas tussen twee eilandjes. Als we afdalen zien we direct al twee niet al te grote Whitetip haaien. Het stroomt hard, indrukwekkend hard! We laten ons mee voeren door de stroom en er schiet zoveel moois (veel te snel) voorbij…… Ik zie nog twee schildpadden en een Puffer vis van een meter groot, of zo lijkt het door m’n duikbril heen. Nooit geweten dat ze zó groot kunnen worden! Later gaan we nog vele malen samen met de bemanning van de Seaquest en Luna Verde, snorkelend door de pas en zien nog een Manta rog, en een citroen haai.

Na een flinke regenbui gaan we naar de “Duchess” Leo heeft een compressor aan boord en zo worden de flessen weer gevuld en blikjes bier en flessen wijn weer leeggedronken….. weer een bijzondere ontmoeting en een gezellige avond!

We gaan verder via de eilanden Sumbawa en Lombok naar Bali. We moeten de gang er een beetje inhouden, want half augustus willen we gaan beginnen aan de oversteek van de Indische oceaan van ruim 5000 mijl tot aan Durban, Zuid Afrika, waar we eind oktober voor het cycloon seizoen willen zijn.

We zeilen van Rote via het eiland Sebu naar Rinca, Komodo eilanden.

In het donker gaan we anker op. We zetten het zeil en daarna de hengel uit. Langzaam wordt het licht, dit blijft zó een mooi moment van de dag. De stroom loopt met één knoop mee de goede kant op en zo schiet het lekker op. We hebben beet, maar verliezen de vis. Het weerhaakje van de haak is lam. Snel een nieuwe haak aan de onderlijn en hup het water weer in. Niet veel later hebben we weer beet en hoe! Maar al snel is de spanning van de lijn. De onderlijn is door en de nieuwe haak en lure weg. Geen vis vandaag voor ons. Als we bij de kop van het eiland Sebu aankomen zien we al snel dorpjes met allemaal hutjes met daken van palmbladeren, een mooi gezicht. De wind trek verder aan en we vliegen door het water.

Ook hier kloppen de kaarten weer niet. John staat achter het roer en ik voorop. We vinden een mooi ankerplekje en krijgen weer een prachtige zonsondergang. Niet veel later is het een veld met knipperende lichtje. De vissers hebben hun netten uitgezet. Gelukkig liggen we hier goed en kunnen we op deze plek, zonder swell heerlijk een nachtje slapen.

De volgende ochtend is het al vroeg een drukte van jewelste. De hele pier staat vol met mensen, brommers en vrachtauto’s. Bootjes zitten bom vol geladen met mensen en dobberen in de baai. Niet veel later zien we een grote boot aan de horizon verschijnen. De ferry uit Surabaya, blijkt later. De ferry kan niet bij de pier komen en ankert in diep water. Wat een feest om naar deze bedrijvigheid te kijken! Dit kan niet goed gaanJ.

Er slaat een bootje om en zinkt direct. Binnen ‘no time’ zien we 10 reddingsvesten in het water en worden de mensen aan boord van andere overvolle boten gehesen. Geen paniek, dit lijkt wel de normaalste zaak van de wereld. De houten bootjes gaan langszij bij de grote ferry en mensen gaan erop en af. Wij gaan naar de kant, het lijkt wel of het hele eiland is uitgelopen.

Savu is een leuk dorpje. We komen al snel aan de praat met wat locals. Vol trots praten ze over hun eiland en willen ons dit laten zien. Veel bezoekers krijgen ze hier niet. We besluiten voor de wind te gaan, want de volgende eilanden zijn 160 mijl verderop en nu is er nog wind.

We laten de kinderen zien hoe een waterput werkt, John koopt een nieuwe korte broek en we gaan opzoek naar Nasi Goreng, zodat we tijdens het zeilen niet hoeven te koken. Het is zondag en nog steeds Ramadan. De meeste warung’s zijn dicht of verkopen de restjes van gisteren (of eergisteren).  We kopen wat verse waar en koken zelf wel. We kijken nog even bij de pier waar het gezellig druk is en lopen dan terug naar het strand en de Boomerang.

We starten de motor en halen het anker op. Dit gaat niet vanzelf…. De ketting zit vast, flink vast! Gelukkig krijgen we hem na wat heen en weer varen en halen en zakken van de ketting toch weer boven. Er staat nog ruim 20 kopen wind en we zeilen op de genua richting onze volgende bestemming, Nusa Kode, een klein eilandje voor het eiland Rinca.

De wind valt weg en we krijgen er een vervelende swell voor terug! Geen goede deal! We halen de gemaakte de gennaker te voorschijn. Als we hem hijsen en de wind het zeil bol blaast zijn we verbaasd over het ‘litteken’. We dachten dat de scheur meer horizontaal was, maar we zien dat het helemaal rond de ‘Clew’ zit.  De onderste hoek van het zeil welke met een lijn vast zit aan de boot en waar dus de meeste krachten op komen te staan, oepss. Het zeil zakt in elkaar als er een golf onder de boot doorloopt klapt weer open en vol op de top van de golf… het blijft heel, maar we besluiten het ‘ijzeren zeil’ maar te gaan gebruiken. Gelukkig komt de wind snel weer terug, kan de motor uit en kunnen we weer zeilen. De nacht is donker, de sterren helder. We varen ruim onder het eiland Sumba heen, zodat we geen kleine vissers tegen komen. Bij het eerste daglicht zetten we de hengel weer uit. Mijn wacht zit erop en kruip nog even m’n bedje in voordat we beginnen aan het schoolwerk. Al snel hoor ik de hengel af gaan, maar ik weet dat ik wordt geroepen als ik moet komen helpen. De moeheid wint het van de nieuwsgierigheid en ik val in een diepe slaap. Ondertussen…..

De reel schiet door z’n slip heen. Een enorme Marlijn springt uit het water. Alle lijn rolt af en dan pang! Alles breekt af, maar gelukkig hebben we de hengel nog. De Marlijn blijft achter de boot uit het water springen, zoals de op de foto’s in de vismagazines. Een mooie gezicht, maar dit is balen. Nu zwemt er dus een Marlijn van bijna 3 meter met 200 meter draad, een nieuwe haak en lure rond. We gebruikten een lure van 10 cm en we hebben aan een vis van 70 cm meer dan genoeg!

We reven de Genua. De golven zijn krachtig en met 25 knopen wind surfen we soms met 10 knopen van de steeds hoger wordende golven af. We krijgen het eiland Flores in zicht. Hoge ruige groene bergen, donkeren wolken een mystiek gezicht. Als we in de passage tussen het eiland Rinca en Nusa Kode komen zijn de golven weg. Genieten, wat is het hier mooi! Op het eerste strandje zien we direct een Komodo varaan lopen een soort uit de kluiten gewassen hagedis. Van het schoolwerk komt weinig terecht.

De wind valt hier over bergen en ‘bullets’ zorgen dat het water opstuift en laat kleine windhozen ontstaan. We besluiten door te varen, hoe mooi het hier ook is. Op zoek naar een beschutte ankerplek. We zeilen 12 mijl verder naar Teluk Ginggo een baai bij het eiland Rinca. Ook hier laten de kaarten details zien, maar er klopt niets van. De kaart ligt ongeveer een kwart mijl naar het westen en iets naar het Noorden. Kortom, goed opletten! We zien de Lady of the Lowlands daar liggen en ankeren naast hun. Waanzinnig dit landschap. Ik kan er geen woorden voor vinden om het te beschrijven. Als ik dan toch iets moet proberen, dan wordt het dit; een combinatie van het landschap van de film Jurassic park en de Teletubbies .

 

Email is virusvrij, gescand door Emsisoft Anti-Malware – www.emsisoft.nl
Laatste update: 18-7-2013 – 9.978.048 definities in database

Rote; Onbereikbare witte stranden, jam sessie op de Lady of the Lowlands, gasflessen vullen, rijstvelden en politie bezoek in de Warung.

Op de genua zeilen we een stuk terug en laten we Kupang achter ons. Dit stuk hebben weer eerder in het donker gevaren, bij daglicht ziet het er een stuk leuker uit! En ook een stuk minder vissers.

Het waait nog steeds flink door. Tussen het eiland Timor en Rote bouwt ze zee zich flink op! Het is heerlijk zeilen. We hadden gehoopt achter het eiland Rote beschutting te vinden. De swell neemt inderdaad af, maar er blijven windgolven met witte koppen staan. In de baai bij Pulau Bibi gaan we op zoek naar een ankerplekje. Het water is kraak helder en ik zien een schildpad en volgens mij ook een Dugong, die ze hier Doejong noemen (dank je Adrie). Eerst dacht het dat het een witte plasticzak was die in het water zweefde, maar toen zag ik hem weg zwemmen.

Het witte strand en turquoise water lonkt…. Een goede ankerplek vinden we echter niet. Ruim een mijl uit de kust ankeren vinden we te ver. We roepen Lady of the Lowlands op en geven door we doorvaren. Ze varen met 2 opstappers die een lift naar Rote wilden en die zijn blij dat we doorvaren naar Baa, want van daar uit hebben ze eenvoudig transport naar het dorpje Nembrala, hun eindbesteming.

Het zicht op het eiland is mooi en met een paar spelende dolfijnen voor de boeg is de dag nu al geslaagd. We ankeren in Baa rechts van de pier. Helaas lopen er toch nog golven de baai in. We worden uitgenodigd voor een sundowner door Henk en Rietje op hun Lady of the Lowlands. Johan en Joël blijken gezellige en muzikale Zweden te zijn. Met gitaar, trommel en later ook John op de harmonica is het erg gezellig. Bekende Zweedse liedjes komen voorbij, maar Johan spreekt en zingt ook in het Spaans en lust de Indonesische 'Jamaicaanse' Rum graag en zo wordt het liedje 'Capitain el Barco Boomerang' geboren. Een bijzondere avond.

De volgende ochtend gaan we met de bijboot naar de kant. Het moet nog laag water worden en een plekje vinden voor de bijboot is niet eenvoudig. We trekken hem een strandje op in de hoop dat we straks nog water genoeg hebben om weg te varen. We nemen afscheid van Johan en Joël. Ze gaan met de Bemo verder. We doen wat boodschapjes en besluiten verder te gaan met ons gasproject. We kopen en fles en betalen alleen de inhoud en krijgen Mohammed erbij die op de fles moet letten. Ik koel de flessen in het zeewater en daarna sluiten we alles aan. De druk is te laag, of de druk in onze flessen te hoog. De drukregelaar klapt open en de LPG loopt eruit. We proberen en proberen, maar het lukt niet. Dit schiet niet op, jammer…. Mohammed neemt de fles weer mee en we krijgen nog iets meer dan de helft van ons geld terug.

Ondertussen maakt Nick met z'n nieuwe vrienden bommetjes van de kade in het water. Ze hebben de grootste lol. Luuk houdt de vissers in de gaten die hun schepen bevoorraden met blauwe tonnen.

We willen wat van het eiland zien. We proberen een Bemo te regelen om ons in de buurt ergens af te zetten, maar ze begrijpen ons niet en vragen veel te veel geld. We zijn het onderhandelen zat en besluiten met de 'benenwagen' op pad te gaan. We lopen het stadje uit en de drukte maakt al snel plaats voor ruimte. We besluiten vandaag een praktijkles biologie/ aardrijkskunde in te lassen met het thema 'rijstvelden en irrigatie'. De techniekles gasvullen was niet z'n succes. Al snel vinden we een mooi voorbeeld van stromende waterkanaaltjes en rijstvelden. De kinderen horen het verhaal aan en vinden het allemaal vrij normaal…… We komen, varkens, koeien, kippen tegen, alles loopt hier los rond te scharrelen.

Aan het eind van de dag gaan we met Henk en Rietje op zoek naar een Warung. We kiezen wat gerechtjes uit de 'vitrine' en vragen of ze het warm kunnen maken, dit vinden ze maar raar. Het is een gezellige boel in de Warung. Kakkerlakken, gekko's, poesjes en politieagenten weten ons te vinden. John ziet de agent eerst in uniform eten kopen en later komt hij met een vriend terug, niet meer in uniform. Hij vraagt onze papieren, waar we vandaag komen en wat we van plan zijn. Ons gevoel zegt dat hij uit is op geld. We laten een kopie van onze 'List of Sailors' zien met een kopie van de paspoorten en geven het telefoonnummer van Napa, in Kupang. Nadat hij Napa aan de telefoon heeft gehad, druipt hij af. 'Alles in orde en nog veel plezier hier op Rote'.

Na een korte nacht gaan we om vier uur in de ochtend anker op. 75 mijl te gaan naar Savu op het eiland Sebu.

Op de brommer, met kapotte Gennaker opzoek naar een (zeil)maker in Kupang.

Om half tien staat Alex op het strand op ons te wachten. Met z'n helm, nog op, wat hier volgens ons de laatste mode moet zijn. Op de brommer, met Gennaker achterop, gaan ze opzoek naar iemand die van twee stukken weer één Gennaker kan maken. Gisteren hebben we geprobeerd uit te leggen aan Nappa dat het echt een groot zeil is en dat niet de kleermakers, die we hier is het stadje hebben zien naaien hem kunnen maken. 'No worries' gebruiken ze niet, maar zou wel op z'n plaats zijn. Het moet helemaal goed komen, volgens hem. Zeilmakers zijn er hier en in Bali ook niet, dus veel keuze hebben we niet.

John komt met Alex aan bij een hutje en trots komt de man al aanlopen met een stuk leer. 'Hier kunnen we hem wel mee maken', denkt John dat hij zegt. Engels praten ze niet, lastig. John legt uit met handen en voeten, dat dit echt niet de oplossing is…. Op de brommer gaan ze de hele stad door. Het is zondag en niet iedereen is aan het werk. Uiteindelijk komen ze bij een schuurtje aan en de man zit nog even in de kerk, maar om elf uur kan hij er zijn. Verbaasd kijkt hij naar het zeil. John heeft veel zeilreparatie spullen bij zich die we van North Sails 'voor het geval dat' mee hadden gekregen en nu goed van pas komen. Hij legt uit wat er moet gebeuren en hoe. Al snel hebben ze geregeld dat er een tolk komt en zijn er de nodige toeschouwers. Een zijlijk en het onderlijk (band om het einde van het zeildoek) zijn er zo goed als helemaal af. De toeschouwers helpen de stiksels los te maken, zodat de lijken weer hergebruikt kunnen worden. Van de grootste horizontale scheur worden eerst de rafels afgeknipt, de scheur plakt John met dubbelzijdig tape en aan beide kanten plakt hij er een brede strook witte zeil reparatie tape overheen. Dan gaat het doek onder de naaimachine en wordt het dubbel doorgestikt, hopelijk is het sterk genoeg. De verticale scheurtjes worden op diezelfde manier gerepareerd en tot slot worden de lijken er weer opgestikt. Het zeil is iets kleiner geworden, en is een paar mooie 'littekens' rijker, maar het ziet er hoopgevend uit!

De man vraagt 700.000 Ruphia, wat bijna een maandloon is hier, maar we zijn blij dat het zeil is gemaakt en dat op een zondag. We geven de zes tientjes aan de man en durven niet meer af te dingen, wij zijn blij en zijn dag kan niet meer stuk!

John gaat met Alex, Gennaker en brommer weer verder. Het aanslagpunt voor de schoten bij de schoothoek (hoek van het zeil waar de schoten, lijnen, aan vast worden gemaakt) is ook doorgesleten. Op een hoek van de straat zit een schoenmaker. Hij stikt banen band met de hand door de dikke schoothoek. Uiteindelijk zit er een mooi nieuw oog aan. Zo kunnen we weer een stuk Dynema lijn door het gemaakte oog trekken en de schoten weer bevestigingen.

Aan het einde van de middag haal ik John, weer op. Hij staat met een grote glimlach op het strand met een gemaakte Gennaker te wachten!

Nu moet alleen nog de val terug in de mast. De volgende ochtend naait John een fietsketting aan de val en stapt in het stoeltje om naar boven te klimmen. Als ik hem tot halverwege de mast heb gelierd stoppen we. De swell is te hoog en de mast slingert te veel. Een andere keer dan maar.

De hoes om de Hydrovrane is ook aan vervanging toe en we willen nog een hoesje voor het motortje van de bijboot vermaken, zodat het goed past. We kennen hier nu de weg en de man leverde goed werk, dus besluiten de volgende dag weer op pad te gaan. Als we vragen wat het moet gaan kosten zegt de man dat we het zelf mogen beslissen, na gisteren kan zijn maand niet meer stuk. We betalen hem wederom goed, hij is blij maar heeft er geen notie van hoe blij wij zijn dat voor nog geen 100 euro onze Gennaker, Hydrovane en een hoesje voor de motor gemaakt zijn!

Ondertussen zijn Henk en Rietje met hun Lady of the Lowlands ook aangekomen. 's Avonds zoeken we een Warung (eettentje) met koude Bintangs op en hebben het erg gezellig.

De gasflessen beginnen ook aardig leeg te raken. We proberen ze hier te vullen, maar dat valt niet mee. John vind een nieuwe tolk Luke, een leraar Engels die met hem mee gaat om iemand te vinden die de gasfles kan vullen. Toko Piet verkoopt volle gasflessen. Helaas met een koppeling die wij niet kennen, er hoort ook een lagedruk regelaar bij. Zo hebben we geen druk genoeg om onze flessen te vullen, met het slangetje wat we hebben. Ze gaan samen de hele stad weer door op de brommer en bij een gasstation kunnen ze ons ook niet helpen. Plan B: Met de lagedruk regelaar gaan ze naar een brommer reparateur. Op iedere hoek van de straat zie je die hier. Ze laten ze de drukregelaar openbreken. John sloopt de drukregelaar eruit en ze maken hem weer provisorisch dicht. Terug naar Toko Piet, maar daar krijgen ze geen gasfles meer….. Het is ondertussen half vijf. We proberen het later wel…..

Ondertussen zijn de paspoorten en papieren allemaal in orde. We hebben niemand gezien op de boot, maar 'krijgen' een prachtig Health & Quarantaine certificaat, een Indonesisch vaarbewijs en Clearance papieren. Top geregeld!

Kupang is een leuke bedrijvige stad. Het valt ons op dat mensen en vooral kinderen je héél speciaal vinden. Ze staren je aan, lachen, zwaaien en roepen 'Hello Mister, Hello Misses'. Ze zijn totaal niet opdringerig en laten je voor de rest met rust als je over straat loopt en ook op de boot.

We blijven nog een dagje. De Seaquest en de Luna Verde zijn 's morgens aangekomen en we willen nog wat administratie bijwerken. Hier hebben we internet en dat is straks maar weer afwachten. Nick, Luuk, Maren & Linde zijn weer door het dolle heen. Wij worden direct weer door Jeannet verwend met een heerlijk soepje. 's Avonds gaan we naar Pantai Laut. De zonsondergang is weer kleurrijk en het eten, drinken en gezelschap weer Top! We zijn vandaag, 10 juli precies twee jaar onderweg, een mooie plek om dit te vieren.

Morgen, donderdag gaan we weer verder, op naar het eiland Rote.

Op 7/13/2013 12:41 PM (utc) was onze positie 10°29.36'S 121°50.11'E

We zijn in Kupang, West Timor, Indonesië! We love it!

Als ik m’n ogen open na een paar heerlijke uren slaap hoor ik de klanken uit de moskee komen. Het is net licht, ik draai me nog een keer om, maar de nieuwsgierigheid wint. We liggen voor het stadje geankerd in 8 meter diep water. Een blauwe afbrokkelende kade, oude gebouwen, of misschien niet zo goed onderhouden, scooters, bemo’s een paar palmbomen en een bruin strand. We zijn in Indonesië!!!!! De kaarten zijn hier niet gedetailleerd en betrouwbare pilots zijn er niet. Straks maar de boot een stukje verleggen, dichterbij de kant.

Ik zet de marifoon aan en hoor even later onze ‘agent’ Napa ons oproepen. We proberen af te spreken, maar het is me niet helemaal duidelijk waar, we zien wel. Om tien uur komen aan op het strandje en direct komen er vier mannen aan lopen om ons bootje op het zachte zand te tillen. Luxe! We vinden Napa al snel en lopen met hem meer naar zijn huis. Direct merken we dat ze hier geen ‘toeristen’ gewend zijn. Ze kijken allemaal en lachen, of giechelen meer. Luuk, met z’n blonde haren en blauwe ogen vinden ze helemaal geweldig! Nou dat wordt wat, de Seaquest, met de drie blonde dames…..

Bij Mister NapaHet is zaterdag en gisteren heeft Napa al wat voorbereidingen gedaan, zodat de papieren allemaal dit weekend in orde gemaakt kunnen worden. Trots laat hij zijn portable marifoon zien en zijn gastenboeken. We zijn de eerste boot dit seizoen. We gaan naar de bank en daarna door naar de telefoon winkel voor simkaartjes voor onze telefoon. Napa wil ons graag kunnen bereiken, als er vragen zijn.

We ‘gooien’ er 2 ton tegen aan (16 euro) en kunnen beide weer een maand bellen en 5gb internetten. Nu nog hopen dat het werkt…. We slenteren door het stadje en doen zoveel indrukken op. De mensen leven hier echt op straat. Overal kan je eten en drinken kopen. We  eten heerlijke Nasi goreng special voor € 1,25, een heerlijke lunch. Kippen scharrelen tussen het vuil en scooters en bemo’s (kleine uitbundig versierde busjes) rijden op de weg. Het is druk, maar niet hectisch.

Kupang

De mensen zijn vriendelijk en lachen veel, zeker als ze ons zien. In een bemo, met een flinke muziekinstallatie met 427.000 km op de teller en die niet meer verder telt rijden we terug naar de ‘terminal’, het Station voor bemo’s recht voor onze boot, die daar als enige zeilboot dobbert. We lopen naar het hutje met het blauwe dak en ploffen neer. Tijd voor een biertje, Bintang, we zijn tenslotte aangekomen in Kupang, West Timor, Indonesië!

Onder Gennaker zeilen we naar Indonesië, tot dat het verkeerd gaat……

We beginnen de oversteek met een nieuw record. Er staat 2,9 knopen wind en we gaan 1,9 knopen door het water….. De Gennaker blijft net bol staan dus sukkelen we zo de nacht in. We varen een paar uur op de motor, maar onder de ochtend komt er wat meer wind, de zeilen staan weer bol en de boot snelheid schiet ophoog. We verwisselen de Gennaker voor de Genua, de wind trekt aan tot 20/25 knopen en zo hebben we toch nog in de eerste 24 uur 130 mijl gezeild.

De dagen zijn warm en zonnig en de nachten zwoel en donker, heel donker. Een streepje maan laat zich pas aan het einde van de nacht zien. De sterrenhemel is adembenemend en we laten een witte lichtgevende de streep in het water achter ons. We zien dolfijnen, maar helaas vinden ze alleen onze sleep generator interessant, ze op jacht, dus geen tijd om te spelen.

Van een oude Nederlandse vlag maken we een Indonesische groetvlag. We knippen het blauw en de rafels eraf, korten hem een stukje in en zomen de randen om, klaar!

Als John net onder de ochtend de hengel uitzet heeft hij al snel beet. Een mooie dikke malse Mahi Mahi. Luuk is door het dolle heen, dat wordt smullen!

De Gennaker varen we op de boom en blijft dag en nacht staan. Iedere dag laten we de val een stukje lopen, zodat deze niet door slijt. Met 10 tot 16 knopen wind is dit echt een perfect zeil. De boot snelheid is goed en het leven aan boord comfortabel. Nick en Luuk hebben het naar hun zin. We doen wat school en beide leesboeken zijn bijna uit!

Met nog een kleine 100 mijl te gaan wordt ik vrijdag wakker. Als we zo door gaan komen we net na zonsondergang aan. Samen met John drink ik in de kuip een kop koffie en dan gaat het fout. PANG!! klinkt het en we zien 135 m2 zeil in de Timorzee drijven…… De val is gebroken! We halen het zeil binnen en alles lijkt heel. Aan een andere val proberen we de Gennaker een stukje te hijsen, zodat we de hoes weer om het zeil kunnen trekken. Met wat spierkracht lukt dit. John haalt alles uit de knoop en we besluiten de Gennaker weer te zetten, zodat deze kan drogen. John staat op het voordek, ik in de kuip met de schoot in m'n hand. Langzaam trekt hij de hoes ophoog en ik de schoot aan. Het zeil zit gedraaid, een zandloper. Dit gebeurd wel vaker, als het zeil dan wind pakt draait hij weer goed. Maar dan gaat het mis….. De schoot, blijft achter het lampje van de boordverlichting hangen. Het lampje vliegt de lucht in en land 30 meter verderop in de zee. Het zeil haak achter het restje van het lampje. Ik laat de schoot vieren, maar het is al te laat. De dunne stof van de Gennaker scheurt en niet z'n beetje ook! John trekt de hoes naar beneden en ik laat de val langzaam vieren…… Dit is echt balen! We gebruiken dit zeil veel en met de Indische oceaan voor de boeg is dit echt k@^$#$!

Hopelijk is er nog iets van te maken van een Gennaker die nu bestaat uit 120 en 15 m2…….

Ondertussen zijn we aangekomen in Kupang, West Timor, Indonesië. Om even voor 2 uur 's nachts hebben we het anker in 7 ,eter water laten vallen. De laatste uren hebben we heel veel vissertjes gezien en op de kant bruist het nog. Nu eerst lekker slapen en morgen de papieren regelen en dan Kupang verkennen!

Australia, so long mate! Asia here we come!

We willen zo snel als mogelijk weg uit Darwin. Niet omdat we het hier niet leuk vinden, maar de seizoenen van de Indische oceaan wachten niet op ons en nu staat er nog wind en deze neemt komende dagen alleen maar af.

John wil nog de filters van de watermaker vervangen en een aanpassing van de watertoevoer naar de pompen van de watermaker maken. Ik doe nog wat school, maar omdat alles uit de hut van Luuk in de salon ligt komen we lastig bij de school boeken. Op de Seaquest wordt hard gewerkt en als Maren klaar is met haar toets mogen Nick en Luuk komen spelen! Heerlijk om even wat ruimte op de boot te hebben en de chaos voor vertrek weer in orde te maken.

Na de middag halen we de kids op en Maren gaat ook mee. Met de bus naar de stad om de paspoorten, met visa op te halen, uit te klaren en wat laatste verse boodschappen te halen.

Rond vijf uur zijn we terug op de Boomerang en halen Linde nog even op, om nog een half uurtje te komen spelen. Ondertussen gaat de bijboot op het dek en de boodschappen in de koelkast. De zon zak snel en een half uurtje voordat de zon ondergaat varen we Fannie Bay uit. Op naar een nieuw continent, Azië, 470 mijl te gaan.

We zijn zes weken in Australië geweest en weer genoten! Tijd te kort! Veel gezeild en veel gezien, maar er blijft nog zoveel over……

Op 7/4/2013 11:00 AM (utc) was onze positie 11°04.29'S 126°12.42'E